Intimidatie bij de pinautomaat: de grens tussen schooien en criminaliteit is vervaagd
Dat er in de publieke ruimte weleens om een euro wordt gevraagd, is niks nieuws. Maar wat zich de laatste tijd rondom geldautomaten afspeelt, heeft niets meer met traditioneel bedelen te maken. Het is een doelbewuste, intimiderende jacht op kwetsbare burgers. Hiermee verschuift de norm van wat we in de openbare ruimte acceptabel vinden.
Onlangs stond ik te pinnen. Terwijl ik op mijn geld wachtte, stapte een man — die bij de automaat al een tijdje schimmig ‘de wacht’ hield — ongevraagd mijn persoonlijke ruimte binnen. Op nog geen halve meter afstand eiste hij brutaal een deel van mijn zojuist gepinde geld op. Pas na een stevige, verbale confrontatie droop hij af.
Wanneer dit soort types pontificaal bij een pinautomaat staan, voel ik direct een diepe ongerustheid. Niet zozeer voor mezelf, maar voor de ouderen en kwetsbaren onder ons. Zij hebben geen weerwoord tegen deze fysieke druk. Waar is de handhaving op zulke momenten? Nergens te bekennen. Pas een half uur later reed er toevallig een handhavingswagen voorbij. De reactie van de twee boa’s nadat ik het signalement doorgaf? “Ja, die kennen we. Die is bij ons bekend.” Een reactie die getuigt van een stuitende machteloosheid. Als deze overlastplegers bekend zijn, waarom staan ze er dan nog?
Waardigheid versus agressie
De ontmoeting zette me aan het denken. Lang geleden ben ik zelf anderhalf jaar dakloos geweest. Ik weet hoe diep de bodem is. Maar in al die maanden heb ik nog nooit van mijn leven geschooid of agressief gedrag vertoond. Als ik hulp nodig had, zocht ik de verbinding. Ik vroeg mensen of ik iets voor ze kon doen — een klusje, een handje helpen — in de stille hoop op wat eten of een slaapplaats.
Wat we vandaag de dag bij de geldautomaten zien, heeft niks met die overlevingsdrang te maken. Het is pure intimidatie. Het is het misbruiken van de kwetsbare positie van iemand die letterlijk met contant geld in zijn handen staat.
We hoeven hier niet aan te wennen
Je hoort vaak dat de tijden veranderen en dat we er maar aan moeten wennen. Maar dat is een gevaarlijke misvatting. Het normaliseren van dit soort agressieve bedelpraktijken legt een bom onder ons veiligheidsgevoel op straat.
Als we accepteren dat pinnen een risico-activiteit wordt waarbij je permanent over je schouder moet kijken, geven we de openbare ruimte op. Handhaving moet stoppen met het registreren van ‘bekende gezichten’ en beginnen met het beschermen van de burger. Armoede verdient hulp en begrip, maar intimidatie verdient een harde grens.
